Ministerie van bomen?

Is het tijd voor een ministerie van Bomen?

Regelmatig klinkt de roep om beter bomenbeleid. Meer bomen planten. Groeiplaatsen beschermen. Monumentale bomen koesteren. Sturen op boomkroonvolume in plaats van op het aantal stammen.

Bij zo'n lijstje dringt zich al snel een grappige gedachte op: hebben we niet gewoon een heel eigen ministerie voor Bomen nodig? Een leuke gedachte om even bij stil te staan, zo op Prinsjesdag. Maar het echte verhaal erachter is serieus. Hoe zorgen we dat groen niet langer sluitpost is, maar uitgangspunt van ruimtelijke ontwikkeling?


De boom als sluitpost bij gebiedsontwikkeling

Bij gebiedsontwikkeling verloopt de volgorde vaak hetzelfde. Eerst bepalen hoeveel woningen er moeten komen. Dan volgen wegen, parkeerplaatsen, kabels, leidingen, riolering, lantaarnpalen, speelplekken en fietsenstallingen. Pas als er toevallig nog ruimte over is, komt de boom in beeld. "Hier kunnen we nog een boompje kwijt" is een bekende zin, maar geen goed uitgangspunt voor beleid. Want een boom heeft wortels nodig. Die wortels willen ruimte, water, lucht en een gezonde bodem, allemaal zaken die slecht samengaan met een ondergrond vol kabels, leidingen en beton. Wie een boom pas op het laatst inpast, mag niet verbaasd zijn als die boom het uiteindelijk niet redt..


Waarom boomkroonvolume belangrijker is dan het aantal bomen

Een gemeente die trots meldt dat er 10.000 bomen zijn geplant, klinkt als een succes. Toch is dat niet het hele verhaal. Als die bomen allemaal het formaat van een kerstboom hebben, en er ondertussen 2.000 volwassen bomen zijn verdwenen, is het resultaat ecologisch gezien mogelijk juist een achteruitgang. De vraag zou niet moeten zijn hoeveel stammen er ergens staan. De vraag zou moeten zijn hoeveel boomkroonvolume er daadwerkelijk boven onze hoofden hangt.


Boomkroonvolume vangt fijnstof, biedt verkoeling en houdt water vast. Het levert leefgebied voor dieren, functies die een rijtje jonge aanplant nog niet kan vervullen. Sturen op kroonvolume in plaats van op plantaantallen geeft simpelweg een eerlijker beeld van de werkelijke groene winst.


Langjarig bomenplan: bomenbeleid dat verder kijkt dan vier jaar

Politiek en bomen denken in een ander tempo. Een bestuurder kijkt naar wat binnen de huidige bestuursperiode haalbaar is. Een boom is dan nog maar net begonnen. Wie vandaag een boom plant, plant voor een samenleving die er over dertig of vijftig jaar heel anders uitziet. Dat verschil is fundamenteel. Daarom is het nodig om te werken met meerjarige bomenplannen, niet voor vier jaar, maar voor twintig, dertig of vijftig jaar.

Met concrete doelen:

  • Boomkroonvolume
  • Groeiplaatsen
  • Soortkeuze
  • Biodiversiteit

En met een budget dat niet elk jaar opnieuw als eerste wordt weggestreept zodra er ergens anders geld nodig is.


Monumentale bomen beschermen bij ruimtelijke ontwikkeling

Een boom die honderd jaar oud is, krijgt in Nederland graag het label "monumentaal". Staat diezelfde boom vervolgens in de weg van een project, dan wordt hij plotseling "problematisch" genoemd. Een vreemde tegenstelling. Een monumentale boom heeft immers decennia aan hitte, storm en droogte doorstaan, en dat verdient meer dan alleen bewondering op afstand. Het zou goed zijn om bij ruimtelijke plannen eerst te vragen of het plan om de boom heen kan. Pas daarna, als het echt niet anders kan, is de vraag of de boom weg moet aan de orde.


Klimaatadaptatie: bomen planten voor het klimaat van de toekomst

Een boom die vandaag geplant wordt, krijgt niet het klimaat van vandaag. Hij krijgt het klimaat van de komende decennia, met meer hitte, langere droogte, extremere neerslag, veranderende grondwaterstanden en nieuwe ziekten en plagen. Daarom is het belangrijk om vooraf verschillende klimaatscenario's door te rekenen en te bepalen welke boomsoorten waar het beste passen. Bodemsensoren kunnen daarbij helpen. Ze meten de vochtigheid van een groeiplaats en signaleren vroeg wanneer een boom in de problemen komt. Dat betekent minder uitval, minder verspilling en minder opnieuw moeten planten.


Biodiversiteit als vertrekpunt, niet als bijzaak

Een bomenplan mag geen bomenboekhouding worden. Een landschap met verschillende boomsoorten en leeftijden, struiken, kruiden, bloemen, dood hout en natuurlijke verbindingen biedt veel meer waarde dan een rij identieke boompjes in een grasveld. Een specht vraagt niet naar een beleidsdoel voor 2030. Een vleermuis of een insect vraagt dat evenmin. Die vragen alleen of er iets te eten, te schuilen en te leven is. Goed bomenbeleid houdt daar vanaf het begin rekening mee, in plaats van biodiversiteit achteraf toe te voegen.


Wist u dat...

Boomkroonvolume zegt veel meer over de groene waarde van een gebied dan het aantal geplante bomen. Eén volwassen boom met een brede kroon kan qua verkoeling, waterberging en leefgebied gelijk staan aan tientallen jonge aanplantjes. Bij het beoordelen van bomenbeleid loont het dus om niet alleen te kijken naar hoeveel er geplant wordt. Kijk vooral naar hoeveel kroonvolume er over tien, twintig of vijftig jaar bij komt, of juist verdwijnt.

Geen apart ministerie, wel serieus bomenbeleid

Een eigen ministerie voor Bomen is vermakelijk om over te fantaseren. Het is niet wat er werkelijk nodig is. Wat wél nodig is: gemeenten, provincies en waterschappen die structureel samenwerken aan meer bomen, grotere boomkronen en betere groeiplaatsen. Aan bescherming van monumentale bomen en langjarige bomenplannen. Aan doorgerekende klimaatscenario's, bodemsensoren en monitoring, en meer aandacht voor biodiversiteit.


Bij Tree-o-logic helpen we gemeenten, provincies en waterschappen om dat bomenbeleid concreet te maken, van groeiplaatsonderzoek en boomkroonanalyses tot langetermijnplannen die daadwerkelijk uitvoerbaar zijn.


Wil je weten hoe jouw organisatie stappen kan zetten richting een toekomstbestendig bomenbeleid? Neem contact met ons op. Dan denken we graag met je mee.


Verder bomen? Neem contact opMeer weten over visie, beleid en beheer van bomen in uw gemeente of andere organisatie?